  Er was vlees en vis. En brood en wijn. De agnost vond de tijd op het keukeneiland. een citaat en nog een Voor het feest: iemand wordt doodgeschoten in een trein.
Ze zit op een bank met haar rug naar de dader toe. De kogel is niet voor haar bestemd, althans, zo doet de dader overkomen. De kogel gaat door de bank, door haar rug, door haar lichaam, en bij haar borstkas er uit. Zomaar op een zonnige dag in een trein van Dorp naar Oegstgeest. Het doet geen pijn. Het ziet er een beetje gek uit. Er komt bloed uit het gaatje aan de voorkant van haar borstkas.
Maar het doet geen pijn. Het bloed kleeft aan haar vingers, precies zoals dat hoort als het uit de voorkant van iemand borstkas sijpelt. Uit het bloedende gat schijnt een blauw wit licht. Of geen licht, een schijnsel. Nuja. __ Een diepe zucht, een verademing, de laatste adem, station Dorp aan Zee. -- En de man die banden plakt na met spijkers te hebben gestrooid. 
